Hier de geschiedenis van Zuiddorpe.
Zit ik een beetje te surfen op het internet, kom ik opeens een site
tegen waar de de geschiedenis van ons dorp vermeld staat en dacht daar wel
een mooie plek voor te vinden op deze site, bij deze dus!
Indien mensen foto´s hebben welke een beeld geven van het Zuiddorpe van
toen, dan is het leuk om deze ook hier op de website te plaatsen. Heeft u
alleen papieren foto´s en heeft u geen scanneer, dan kunnen de foto´s
afgegeven worden bij Harald Verstraeten (Dorpsplein 3), die ervoor zorgt
dat deze gescand en op het internet geplaatst worden. U kunt bij het
scannen aanwezig zijn, dit neemt per foto ongeveer 1 minuut in beslag!
Geeft u ze af dan gelieve tevens uw adres te vermelden, zodat de foto´s
terug bij u bezorgt worden met diskette waarop de foto´s staan. U heeft ze
dan gelijk zelf als computer bestand.
Kijkt u hier voor recentere foto´s in de winter ....
Zuiddorpe: een dorp op een zandrug
Zuiddorpe doet een middagdutje. Alleen de lindenbomen op het dorpsplein
fluisteren. Uit hun herfstlover torent de kerkspits omhoog. De linden
kunnen veel vertellen. Over een oud dorp bijvoorbeeld pal aan de grens van
Zeeuws-Vlaanderen en het echte Vlaanderen.
De linden verbergen ook veel, zoals het verfomfaaide, lege herenhuis dat
al tientallen jaren staat te verinteresten. Vervlogen rijkdom, rottend
verleden. Niet echt een sieraad voor dit veel bezongen dorpsplein.
Naast dat vervallen herenhuis loopt een verhard pad, de Monnikendreef. Dat
is het pad naar de Middeleeuwen. Daar aan het eind van dit pad had ene
Maria van Axel 'landerijen en moeren, gelegen in de parochie Zuiddorpe'.
Eerste levensteken
Die vermelding in een oud geschrift is het eerste levensteken van deze
nederzetting. De eerste Zuiddorpse bewoning zal niet veel voorgesteld
hebben: eenvoudige hutten van arbeiders die sliepen op de lemen vloer met
hun hoofd op hun arm. Kippen, mensen, varkens, alles in één ruimte, leven
van roggebrood, bonen en pap of de restjes ervan.
Wie het dorp nu binnenrijdt, bemerkt nog steeds een lichte verhoging in
het terrein. Zuiddorpe ligt, zoals zoveel dorpen van de Zeeuws-Vlaamse
grenskant, op een dekzandrug.
Nu ligt het te midden van gronden die later, rond 1600, na militaire
overstromingen met klei bedekt werden. Die lagere gronden waren
oorspronkelijk veengebieden. De middeleeuwers wisten daar wel weg mee. Ze
groeven het veen weg en gebruikten de turf als brandstof.
Ter Hagen
Zodoende ontstonden er rond Zuiddorpe grote stukken uitgemoerde grond.
Ten zuiden van Axel lag in het midden van de dertiende eeuw het klooster
Ter Hagen. Dat klooster en de directe omgeving kreeg in 1252 een
overstroming te verwerken.
Na herstel van de dijken bleek het Gentse Bijlokehospitaal met 68 hectare
moer een van de grootgrondbezitters in deze omgeving. Die eigendommen
lagen vermoedelijk ook direct ten zuiden van Zuiddorpe.
Het ging daarbij om een veengebied dat al door een vaart doorsneden was
zodat de aanwezigheid van een typische veennederzetting voor de hand ligt.
Het veengebied ten noorden van Zuiddorpe heet in een Franstalige tekst van
1311 'Neufville'. Mogelijk wordt daar Zuiddorpe mee bedoeld, want dat
komen we in 1320 tegen als Nieuwerkerk.
We kunnen aannemen dat er toen op de zandrug van Zuiddorpe juist een kerk
gebouwd was. Die zandrug heette De Heerste, een naam die gebruikelijk is
in deze streek.
Tobben met naam
Het was trouwens wel tobben met de naam. Zuiddorpe wordt in de bron van
1236 als parochie genoemd onder de naam Moere. Ook Overslag behoorde
daarbij, aldus de vermelding.
In 1406 komen we Moere alias Sudorp tegen. In latere bronnen krijgt de
naam Zuiddorp de overhand. Dat Zuiddorpe ook wel Moere heette, kan het
resultaat zijn van de aanwezigheid ter plaatse van de plaatselijk
invloedrijke heren van het Hof Ter Moeren. Hun landgoed lag iets oostelijk
van het dorp.
In het dorp lagen in 1420, aan de zuidzijde van het dorpsplein De Plaatse,
zes hofsteden. Deze boerderijen hoorden tot het eigendom van de abdij van
Baudelo in Hulst. Blijkbaar lag De Plaatse min of meer oost-west en niet
noord-zuid.
Het huidige prachtige dorpsplein met de eeuwenoude bomen bij de kerk, komt
er voor in aanmerking, maar niet de noord-zuidstructuur van het veendorp.
Die nederzetting is blijkbaar rond 1600 in de golven verdwenen.
De moeren ten zuiden van Zuiddorpe werden afgegraven. De kanalen naar Axel
en de vaart die via Moerkerke en Overslag naar Gent liep, vormden de
turftransportroute. Eenmaal het veen afgegraven, was de weg vrij om de
vrijkomende zanderige grond agrarisch te ontginnen.
Die verandering in bodemgebruik is terug te vinden in de belastinginning
uit die dagen. Rond 1450 worden de meeste betalingen van moercijns
vervangen door grondcijns. Dat duidt op de voltooiing van een ingrijpende
landschappelijke verandering.
Verdronken moeren
De moeren ten noorden van de rug van Zuiddorpe zijn na 1262 enkele jaren
verdronken geweest. Dat betekent dat dit terrein ook met zout water
doordrongen is geraakt. Dat er in deze omgeving zout gewonnen wordt, mag
blijken uit de aanwezigheid van de Zeldijk in 1311.
Nog in 1438 moeten er in Zuiddorpe verplicht zoutketen worden afgebroken
omdat ze een oneerlijke concurrentie betekenen voor de zoutindustrie van
Biervliet.
De door afgraving verlaagde streek rond Zuiddorpe blijft tot ver in de
vijftiende eeuw veilig achter de dijken liggen. Maar dan, tijdens een
overstroming in 1488, breidt de Braakman belangrijk uit.
Enkele jaren later reikt het vloedwater van deze agressieve binnenzee tot
aan de noordkant van de rug van Zuiddorpe. De militaire inundaties van de
Tachtigjarige Oorlog brengen ook het gebied ten zuiden van Zuiddorpe onder
getijdeninvloed.
Forten
Op de verdronken, leeggemoerde gronden wordt een kleilaag van wisselende
dikte afgezet. Op uit het water stekende ruggen en dijkresten bouwen de
strijdende partijen om het hardst forten en verdedigingslinies.
Pas na 1634 wordt er in deze streek gewerkt aan het herdijken tot
kleipolders. Omdat Zuiddorpe door het water van het protestantse, Staatse
Axel is afgesneden, kan de bevolking er katholiek blijven. Tot 1646, want
dan valt het dorp in handen van Frederik Hendrik. De kerk
raakt in handen
van de protestanten. De katholieken zien zich gedwongen om in Wachtebeke
en Overslag te gaan kerken.
In 1788 beschikken de katholieken van Zuiddorpe over een schuurkerkje. Het
staat er nu nog, aan de Monnikendreef, totaal vervallen, in de verwilderde
parktuin van het eerder genoemde lege herenhuis. Uit het ingestorte dak
groeien wilde bloemen.
Pas in 1807, onder Lodewijk Napoleon, krijgen de katholieken van Zuiddorpe
hun kerk terug. Het gebouw is in zodanig slechte staat dat er in 1817 een
nieuwe kerk wordt gebouwd. Ook die is geen lang leven beschoren. De
huidige kerk dateert uit 1855.
Geheimschrijver
Terwijl het veen van Zuiddorpe al eeuwen geen moer meer gaf, bleven de
familienamen die aan de bedrijvigheid ontleend waren in de streek zwerven.
Zo ook de naam Moerdijk, al in 1696 getraceerd in Lamswaarde. Ene Adriaan
Moerdijk trok in 1784 naar Zuiddorpe. Zijn zoon Pieter bracht het tot
geheimschrijver van koning Willem I. Zijn nakomelingen vervulden
tientallen jaren lang het secretarisambt van de gemeente Zuiddorpe,
opgeheven in 1970.
Zijn achter-achter-kleindochter Marie Cécile zou bekend worden als de
nachtegaal van Zuiddorpe. Haar vader Jozef deed in zijn jeugd nog een
poging om van de oude moergronden een vliegveld te maken.
Hoe dat ging, vertelt Zuiddorpe-kenner Etien Waelput: "Het zal rond 1920
geweest zijn dat de oude Moerdijk dacht dat hij kon vliegen. Dat was mode
in die tijd, de eerste vliegtuigen weet je wel. Hij maakte een paar
vleugels en ging naar het Boerengat, een kreek buiten het dorp. Daar klom
hij hoog in een afgeknotte wilg en bond de vleugels aan zijn arm. Mijn
vader hielp hem en deed Jozef een touw om zijn middel. Want stel je voor,
als hij te ver vloog, dan zou hij aan de andere kant van de kreek op de
harde grond landen. Eer het zover was, moesten zijn helpers hem
terugtrekken zodat hij in het water zou vallen. Afijn Jozef beweegt zijn
armen en springt klapwiekend als een meeuw uit die boom. Hij haalde niet
eens het water, maar dook recht omlaag, Moerdijk met zijn kop in de
modder.
Geen zand gelukkig, maar nog een beetje venig misschien. Later heeft hij
het nog eens op de motor geprobeerd, met een oplopende stellage en dan een
aanloop met vleugels aan de motor. Hij dook zo naar beneden. Jozef was
secretaris van de gemeente. Hij heeft na die noodlanding veertien dagen
niet kunnen schrijven."
Sommige verhalen zwerven door de geschiedenis om zich vast te klampen aan
een plaatselijk gegeven om zodoende dorps- of stadhistorie op te tuigen.
De sage van Vliegende Hollander, geclaimd door Terneuzen, is er een
voorbeeld van. Net als de landing van de missionaris Willibrord bij
Westkapelle op Walcheren, een landing die ook opgeëist wordt door Egmond
aan Zee.
Zo'n zwerfverhaal leeft in Zuiddorpe. Het gaat om de introductie van het
gewas boekweit in West-Europa. Waar kwam het vandaan? Wie heeft het
meegebracht?
Tartaren
De Tataren zeggen sommigen?
West-Brabant had een kandidaat met ene Peter Martin uit Steenbergen.
Zuiddorpe, het dorp van de Boekweitfeesten, heeft een eigen versie van het
antwoord. In de Hedendaagse Historie uit 1740 verschijnt voor het eerst de
opvatting dat Jan van Ghistel, heer 'van den Moere en van Axel' boekweit
in Nederland heeft geďmporteerd.
De herkomst van het gewas wordt in 1787 aan het verhaal toegevoegd. Dan
weet de Axelse dominee Jan Scharp te melden dat Zuiddorpse Jan in zijn
zakboekje een paar zaadjes boekweit heeft meegesmokkeld uit Italië of
Duitsland.
Scharp memomeert ook het graf van Jan van Ghistel. Hij noemt een
gebeeldhouwde zerk in de in 1817 gesloopte kerk. Later vond de geograaf
Van der Aa deze deksteen bij de achterdeur van de sacristie.
In zijn verslag citeert hij het grafschrift met Jan's sterfjaar: 1426 of
1429. Hij vond er nog twee stenen, waaraan ooit marmeren platen bevestigd
waren geweest. Hij vermoedde dat op die platen het verhaal van de boekweit
moet hebben gestaan.
Tegenwoordig staat tegen de noordgevel van de laat-negentiende eeuwse kerk
van Zuiddorpe een zeer verweerde middeleeuwse grafzerk. Op de steen zijn
twee ridderlijke figuren te onderscheiden, maar de randtekst is onleesbaar
geworden.
Nader onderzoek in de archieven leert dat de zerk die tegen de kerk staat
die van Jan van Ghistel is en dat die uit 1437 dateert. De schriftelijke
bronnen tonen ook aan dat de door Van der Aa beschreven brokken stenen van
het monument afkomstig moeten zijn.
Zelfs de teksten van de platen, van koper, kwamen weer boven water. Over
boekweit gingen ze niet...
Joos van Ghistel
Het verhaal van Jan van Ghistel is al in vroeg stadium verbasterd. Zo
wordt Jan in 1775 verwisseld met zijn avontuurlijke kleinzoon Joos. Deze
Joos van Ghistel staat te boek als een Nederlandse Marco Polo. In de
periode 1481-1485 maakte hij een wereldreis waarvan het verslag uitvoerig
in druk werd gepubliceerd.
Voor die dagen was dat een noviteit. Joos was in ieder geval de eerste
Zuiddorpenaar die zegt een draak te hebben gezien. Nog wel in een hem
bekend voorkomend landschap: in een moeras in de buurt van Beiroet.
Een latere schrijver weet te melden dat niet Jan maar de ondernemende Joos
het boekweit meenam uit het Heilige Land. Hoe dan ook, het boekweit
ontwikkelde zich tot, om de woorden van ds. Jan Scharp te gebruiken 'tot
het brood voor de smalle gemeente.' Boekweit deed het goed op arme
zandgronden, maar verdween in de Nederlanden tussen 1870 en 1930 uit de
agrarische productie.
Het Zuiddorpse boekweit-verhaal kan met archief-gegevens makkelijk
ontzenuwd worden. Al vanaf 1390, dus lang voor de tijd van Joos, vindt er
een snelle introductie van boekweit plaats in de Nederlanden.
De centra zijn de Kempen en de IJsselvallei. Taalkundige gegevens doen
vermoeden dat de boekweit langs drie zijden West-Europa binnenkwam: een
noordelijke route, mogelijk via de Hanze met als naamtype boekweit, een
oostelijk handelsweg met naamtype Heidenkorn of Pohanka en een zuidelijke
route met als naamtype Saraceens of Moors graan.
Boekweitfeesten
Dat boekweit exclusief via het lieflijke zandrugdorpje in
Zeeuws-Vlaanderen geďmporteerd is, berust op een kleine mishandeling van
de geschiedenis. Het belet Zuiddorpe overigens niet om elk jaar in
augustus vol overgave de Boekweitfeesten te vieren. Al eeuwen blijft het
inwonertal van Zuiddorpe ongeveer stabiel rond de duizend inwoners. Nooit
zijn er impulsen of omstandigheden geweest die dit dorpje tot stad deden
uitgroeien. Pastoor en boer beheersten het leven. Wie gezelligheid zocht
ging 'op café': vijftig cafés op 258 huizen in 1926. Na een bezoek aan
Zuiddorpe schreef koningin Juliana: "De schoonheid van uw eeuwenoude
linden heeft ons zeer bekoord." Aan dat dorpsgezicht is sindsdien niet
veel veranderend. Sluimerend op de grens van Zeeland en Vlaanderen reikt
Zuiddorpe naar het eind van de eeuw.
Om verder te lezen:
- Marie Cecilé Moerdijk heeft diverse boekjes geschreven met daarin
diverse leuke anekdote´s en verhalen over haar geboortedorp, Zuiddorpe.
Deze boekjes kunt u bestellen bij Harald Verstraeten op het Dorpsplein 3,
4574 RD, Zuiddorpe. Telefoon 0115-561069. E-mail
harald@brandax.com
-De vijftiende-eeuwse Gentse kunst in de Vier Ambachten door R.D.A. van
den Elslande in Over den Vier Ambachten (1993).
-Zuiddorpe en de boekweit door K.A.H.W Leenders in Over den Vier Ambachten
(1993).
Dit is een artikel afkomstig van BN/De Stem. U kunt hierop reageren
door een e-mail te sturen aan redactie@bnstem.nl
Met dank voor de foto's aan Gerard Coone.